De reden dat hij gaat pendelen is dat een warmtepomp slechts beperkt kan terugschakelen (ook wel "terugmoduleren" genoemd). De meeste warmtepompen moeten minstens op 30% van hun vermogen draaien.

Dit betekent dat als een warmtepomp 10 kW aan vermogen heeft, hij tussen 3 en 10 kW kan leveren.

Customer care

Plan adviesgesprek

Arrow
WhatsApp

Met medewerker chatten

Arrow
WhatsApp

Met medewerker chatten

  • Meer leren
  • >
  • Warmtepomp
  • >
  • Capaciteit Warmtepomp
All electric warmtepomp in achtertuin

Capaciteit
warmtepomp bepalen:

Hoe bereken ik het juiste vermogen?

Het kiezen van het juiste vermogen voor een warmtepomp is een van de belangrijkste stappen bij het verduurzamen van uw woning. Een te kleine warmtepomp krijgt het huis op ijskoude winterdagen niet warm, terwijl een te grote warmtepomp onnodig duur is en gaat 'pendelen' (frequent aan- en uitschakelen), wat de levensduur en het rendement nadelig beïnvloedt.

Om de ideale capaciteit van een warmtepomp nauwkeurig te bepalen, worden in de installatietechniek twee beproefde methoden gebruikt:

1. Warmteverlies- en transmissieberekening (officiële ISSO-methodiek), in de praktijk vaak benaderd via oppervlakten en normverbruik per m²

2. Berekening op basis van het historisch jaarlijks gasverbruik (Praktijkmethode)

In dit artikel leggen we beide methoden stap voor stap uit, rekenen we 4 reële praktijkscenario's tot in detail uit, analyseren we het effect van het woningtype en buurverwarming in procenten, vergelijken we de voor- en nadelen, en leggen we uit waarom 'overdimensioneren' bijna altijd een verkeerde keuze is.

Methode 1: Capaciteit bepalen op basis van m² (ISSO-methodiek)

De meest accurate manier om de warmtebehoefte van een woning te bepalen, is via de ISSO 51-normering. Dit is de officiële Nederlandse standaard voor warmteverliesberekeningen.

bulb

Wist u dat?

Officieel schrijft de ISSO-norm voor dat er een zeer gedetailleerde berekening per afzonderlijke kamer wordt gemaakt. Deze officiële rekenmethode is echter vrij complex: er is gespecialiseerde software voor nodig én exacte documentatie over alle ruimtedimensies, isolatiematerialen en laagdiktes. Bij bestaande bouw zijn deze bouwkundige gegevens vaak simpelweg niet meer beschikbaar of lastig te achterhalen.

Slechts een minderheid van gecertificeerde energie-experts beheerst deze uitgebreide systematiek tot in de puntjes. Overweegt u een All-Electric overstap en wilt u toch een officiële, kamergewijze ISSO-berekening laten maken? Wij kunnen u in contact brengen met een specialist die dit voor jouw specifieke situatie doorrekent.

Een veel gebruikte alternatieve methode is het werken met normverbruiken per m² (op gebouwniveau) vermenigvuldigd met het totale woonoppervlak. Dit blijft een fysische benadering, maar zeker wanneer u deze uitkomst combineert met de gasverbruiksmethode (Methode 2), leidt het in veruit de meeste gevallen tot een afdoende resultaat.

Binnenunit van warmtepomp met daaronder een buffervat en op de achtergrond een busje van Slim Verwarmen

De binnenunit van een warmtepomp. Ook de prijs en de grootte van het leidingwerk hangt af van de capaciteit van de warmtepomp

Hoe werkt de gedetailleerde berekening van de warmtevraag?

De methodiek berekent hoeveel warmte er bij een extreme winterdag (ontwerptemperatuur van -8 °C buiten en +21 °C gemiddeld binnen, oftewel temperatuurverschil ΔT = 29 K) uit de gehele woning ontsnapt via gevels, dak, vloer, ramen en ventilatie.

De isolatiemaatstaf: Van materiaal naar U-waarde

In de berekeningen wordt gerekend met U-waarden (warmtedoorgangscoëfficiënt in W/m²K, hoe lager hoe beter). De U-waarde is het omgekeerde van de bekende Rc-waarde (de isolatieweerstand van de totale constructie):

U-waarde ≈ 1 / Rc-waarde

4 Reële Praktijkscenario's Gedetailleerd Doorgerekend (ISSO 51)

Scenario 1: Nieuwbouw / Maximaal 10 jaar oud (Bouwjaar ≥ 2016)

  • Woningtype: Vrijstaande / Tweekapper woning van 160 m² gebruiksoppervlakte.
  • Ventilatie: Balansventilatie met warmteterugwinning (WTW, 90% rendement).
  • Isolatieschil (Constructie & Materialen):
    • Gevels: Spouwmuur met 12-14 cm hoogwaardige PIR- of hardschuimplaten (Rc = 5,0 m²K/W → U = 0,18 W/m²K).
    • Dak: Hellend dak voorzien van 16 cm PIR/minerale wol (Rc = 6,0 m²K/W → U = 0,15 W/m²K).
    • Vloer: Geïsoleerde combinatievloer met 12 cm EPS-elementen (Rc = 4,5 m²K/W → U = 0,18 W/m²K).
    • Ramen: Kunststof/houten kozijnen met Triple / HR+++ glas (U = 0,90 W/m²K).
  • Oppervlaktes schil: 130 m² gevel, 35 m² glas, 80 m² dak, 80 m² vloer.

Gedetailleerde Warmteverlies-opbouw:

1. Transmissie Gevels: 130 m² × 0,18 × 29 K = 679 W

2. Transmissie Glas: 35 m² × 0,90 × 29 K = 914 W

3. Transmissie Dak: 80 m² × 0,15 × 29 K = 348 W

4. Transmissie Vloer: 80 m² × 0,18 × 15 K = 216 W

5. Ventilatie & Infiltratie (met WTW): Zeer gering verlies = 380 W

  • Zuiver Warmteverlies: 679 + 914 + 348 + 216 + 380 = 2.537 W (2,5 kW)
  • Opwarmtoeslag (10%): 2.537 × 0,10 = 254 W
  • Tapwatermarge (3-4 pers. huishouden): + 1.200 W
  • Totaal geadviseerd installatievermogen: 2.537 + 254 + 1.200 ≈ 4,0 kW

Normatief vermogen per m² = 4.000 W / 160 m² = 25 Watt / m²

Scenario 2: Twee-onder-één-kap (~20 jaar oud, ca. 2006)

  • Woningtype: Tweekapper van 140 m² gebruiksoppervlakte.
  • Ventilatie: Mechanische afzuiging Type C (verse buitenlucht direct via raamroosters).
  • Isolatieschil (Constructie & Materialen):
    • Gevels: Standaard bouwspouw met 6-8 cm glaswol of EPS-platen (Rc = 2,5 m²K/W → U = 0,38 W/m²K).
    • Dak: Dakplaten met 8-10 cm piepschuim/EPS (Rc = 2,8 m²K/W → U = 0,35 W/m²K).
    • Vloer: Kwaaitaal/betonvloer met 6 cm EPS onderzijde (Rc = 2,5 m²K/W → U = 0,35 W/m²K).
    • Ramen: Hardhouten kozijnen met standaard HR++ glas (U = 1,30 W/m²K).
  • Oppervlaktes schil: 100 m² gevel, 25 m² glas, 70 m² dak, 70 m² vloer.

Gedetailleerde Warmteverlies-opbouw:

1. Transmissie Gevels: 100 m² × 0,38 × 29 K = 1.102 W

2. Transmissie Glas: 25 m² × 1,30 × 29 K = 943 W

3. Transmissie Dak: 70 m² × 0,35 × 29 K = 711 W

4. Transmissie Vloer: 70 m² × 0,35 × 15 K = 368 W

5. Ventilatie & Infiltratie (met WTW): Koude luchtinstroom = 1.600 W

  • Zuiver Warmteverlies: 1.102 + 943 + 711 + 368 + 1.600 = 4.724 W (4,7 kW)
  • Opwarmtoeslag (10%): 4.724 × 0,10 = 472 W
  • Tapwatermarge (3-4 pers. huishouden): + 1.300 W
  • Totaal geadviseerd installatievermogen: 4.724 + 472 + 1.300 ≈ 6,5 kW

Normatief vermogen per m² = 6.500 W / 140 m² = 46,4 Watt / m²

Scenario 3: Rijtjeshuis uit de jaren 1990

  • Woningtype: Tussenwoning van 115 m² gebruiksoppervlakte (slechts 2 buitenmuren!).
  • Ventilatie: Mechanische afzuiging / natuurlijke ventilatie.
  • Isolatieschil (Constructie & Materialen):
    • Gevels (voor + achter): Spouwmuur met 4-5 cm glaswoldeken (Rc = 1,6 m²K/W → U = 0,55 W/m²K).
    • Dak: Schuin dak met 5-6 cm piepschuim/glaswol (Rc = 2,0 m²K/W → U = 0,45 W/m²K).
    • Vloer: Betonvloer met matige fabrieksisolatie van 3-4 cm EPS (Rc = 1,5 m²K/W → U = 0,50 W/m²K).
    • Ramen: Dubbel glas / vroeg generatie HR-glas (U = 2,00 W/m²K).
  • Oppervlaktes schil: 40 m² gevel, 18 m² glas, 55 m² dak, 55 m² vloer.

Gedetailleerde Warmteverlies-opbouw:

1. Transmissie Gevels: 40 m² × 0,55 × 29 K = 638 W

2. Transmissie Glas: 18 m² × 2,00 × 29 K = 1.044 W

3. Transmissie Dak: 55 m² × 0,45 × 29 K = 718 W

4. Transmissie Vloer: 55 m² × 0,50 × 15 K = 413 W

5. Ventilatie & Infiltratie : Ongecontroleerde kieren/roosters = 1.700 W

  • Zuiver Warmteverlies: 638 + 1.044 + 718 + 413 + 1.700 = 4.513 W (4,5 kW)
  • Opwarmtoeslag (10%): ** 4.513 × 0,10 = 451 W
  • Tapwatermarge: + 1.250 W
  • Totaal geadviseerd installatievermogen: 4.513 + 451 + 1.250 ≈ 6,2 kW

Normatief vermogen per m² = 6.200 W / 115 m² = 53,9 Watt / m²

Scenario 4: Na-geïsoleerd rijtjeshuis uit de jaren 1960

  • Woningtype: Tussenwoning van 120 m² gebruiksoppervlakte.
  • Ventilatie: Natuurlijke ventilatie (kieren, naden en raamroosters).
  • Isolatieschil (Constructie & Materialen):
    • Gevels (voor + achter): Na-geïsoleerde spouw met 5-6 cm inblaaswol/EPS-parels (Rc = 1,3 m²K/W → U = 0,75 W/m²K).
    • Dak: Na-geïsoleerd dak aan de binnenzijde met 7 cm glaswol/steenwol (Rc = 2,0 m²K/W → U = 0,45 W/m²K).
    • Vloer: Houten of betonvloer met matige bodem-/vloerisolatie (bijv. bodemfolie of dunne isolatielaag) (Rc = 0,7 m²K/W → U = 1,20 W/m²K).
    • Ramen: Oude kozijnen waarin het glas is vervangen door modern HR++ glas (U = 1,20 W/m²K).
  • Oppervlaktes schil: 35 m² gevel, 20 m² glas, 60 m² dak, 60 m² vloer.

Gedetailleerde Warmteverlies-opbouw:

1. Transmissie Gevels: 35 m² × 0,75 × 29 K = 761 W

2. Transmissie Glas: 20 m² × 1,20 × 29 K = 696 W

3. Transmissie Dak: 60 m² × 0,45 × 29 K = 783 W

4. Transmissie Vloer: 60 m² × 1,20 × 15 K = 1.080 W

5. Ventilatie & Infiltratie (Naden & Kieren): Hoge tochtfactor = 2.250 W

  • Zuiver Warmteverlies: 761 + 696 + 783 + 1.080 + 2.250 = 5.570 W (5,6 kW)
  • Opwarmtoeslag (10%): 5.570 × 0,10 = 557 W
  • Tapwatermarge: + 1.300 W
  • Totaal geadviseerd installatievermogen: 5.570 + 557 + 1.300 ≈ 7,4 kW

Normatief vermogen per m² = 7.400 W / 120 m² = 61,7 Watt / m²

Samenvattingstabel: ISSO 51 Vermogen per m²

Scenario / Woningtype Isolatiespecs (Gevel / Dak / Vloer / Glas) Warmteverlies (bij -8 °C) Advies Vermogen (incl. tapwater) ISSO Normatieve W/m²
1. Nieuwbouw / Max 10 jr 12-14cm PIR / 16cm Wol / 12cm EPS / Triple glas 2,5 kW 4,0 kW 25 – 30 W/m²
2. Tweekapper ~20 jr oud 6-8cm Wol / 8-10cm EPS / 6cm EPS / HR++ glas 4,7 kW 6,5 kW 45 – 50 W/m²
3. Rijtjeshuis jaren '90 4-5cm Wol / 5-6cm Wol / 3-4cm EPS / Dubbel glas 4,5 kW 6,2 kW 53 – 58 W/m²**
4. Na-geïsoleerd jaren '60 5-6cm Na-inblaas / 7cm Wol / Matig / HR++ glas 5,6 kW 7,4 kW 60 – 65 W/m²
Buitenunit van warmtepomp wordt middels een kraan op een dak geplaatst

Een warmtepomp wordt op zijn plek geplaatst

Effect van het woningtype op de benodigde capaciteit

Naast het isolatieniveau heeft de bouwvorm van de woning een flinke impact op het benodigde vermogen per m². Het verschil zit in het aantal m² geveloppervlak dat direct grenst aan de ijskoude buitenlucht versus aangrenzende buren (die als 'gratis isolatie' fungeren).

Wanneer we het totale installatievermogen (inclusief vaste posten zoals dak, vloer, ventilatie, opwarmtoeslag en warm tapwater) doorrekenen voor drie woningen van exact dezelfde grootte (130 m²) en met exact hetzelfde isolatieniveau, ontstaat het volgende beeld:

1. Twee-onder-één-kap (Tweekapper - 130 m²) — BASIS

  • Buitengevels: Voorgevel, achtergevel én 1 volledige zijgevel (100 m² muur + 25 m² glas).
  • Zijmuren: 1 muur grenst aan verwarmde buren.
  • Totaal vermogen inclusief vaste posten & tapwater: ~6.500 W → 50,0 W/m² (100% Referentie)

2. Rijtjeshuis (Tussenwoning - 130 m²)

  • Buitengevels: Alleen voorgevel en achtergevel (40 m² muur + 18 m² glas).
  • Zijmuren: Beide zijmuren grenzen aan buren.
  • Warmteverliesbesparing: De zijgevel ontbreekt als buitenmuur (besparing op de geveltransmissie).
  • Totaal vermogen inclusief vaste posten & tapwater: ~5.330 W → 41,0 W/m² (-18,0% t.o.v. Tweekapper)

3. Vrijstaand huis (130 m²)

  • Buitengevels: Alle 4 de gevels staan rondom in de koude buitenlucht (130 m² muur + 30 m² glas).
  • Zijmuren: Geen enkele gedeelde muur.
  • Extra warmteverlies: Een tweede zijgevel staat in de ijskoude wind.
  • Totaal vermogen inclusief vaste posten & tapwater: ~7.120 W → 54,7 W/m² (+9,6% t.o.v. Tweekapper)

Procentuele Vergelijking per Woningtype (Basis: Tweekapper)

Woningtype Buitengevels in weer en wind Relatief totaalvermogen Procentueel verschil t.o.v. Tweekapper (Basis)
Rijtjeshuis (Tussenwoning) 2 gevels (voor + achter) 82,0% -18,0% minder vermogen
Twee-onder-één-kap 3 gevels (voor + achter + zij) 100% 0% (Basis Referentie)
Vrijstaand huis 4 gevels (rondom vrij) 109,6% +9,6% meer vermogen

Conclusie: Met een twee-onder-één-kapwoning als uitgangspunt heeft een rijtjeshuis circa 18% minder totaalvermogen nodig dankzij de dubbele burenmuren, terwijl een vrijstaande woning ruim 9,6% meer totaalvermogen vraagt doordat alle vier de gevels in de wind staan. (Kijk je puur naar het rijtjeshuis t.o.v. vrijstaand, dan is het verschil ruim 33%).

Methode 2: Capaciteit bepalen op basis van gasverbruik

Heeft u een bestaande woning waar u al enkele jaren woont? Dan kunt u het benodigde vermogen ook herleiden uit het historische jaarlijkse gasverbruik. Dit is een hele praktische methode omdat het werkelijke stookgedrag van de bewoners al in de cijfers verwerkt zit.

De Formule & Logica

In Nederland bevat 1 m³ aardgas circa 9,77 kWh aan bruto energie. Een gemiddelde HR-ketel heeft een seizoensrendement van circa 82% tot 90%, wat neerkomt op circa 8 tot 8,8 kWh aan netto geproduceerde warmte per m³ gas.

Daarnaast stookt een warmtepomp in een gemiddeld Nederlands winterjaar ongeveer 1.650 vollasturen (het aantal uren dat de warmtepomp op vol vermogen draait om de jaarlijkse warmtevraag te dekken).

Vooraanstaande fabrikanten (zoals Bosch / Nefit Bosch) hanteren in hun installateurshandleidingen de bekende "Factor 8" vuistregel:

Benodigd Vermogen (kW) = (Gasverbruik voor verwarming in m³ × 8) / 1.650 uur

Rekenvoorbeeld (Bosch-methode):

Stel, een huishouden verbruikt per jaar 1.400 m³ gas totaal.

1. Gas voor koken/douchen aftrekken: Ca. 200 m³ gaat op aan douchen/koken. Er blijft 1.200 m³ over voor ruimteverwarming.

2. Formule toepassen: Vermogen = (1.200 m³ × 8) / 1.650 uur = 5,81 kW

Met een kleine reserve voor koudere piekdagen adviseert de installateur in dit geval een warmtepomp van 6 kW.

Vergelijking tussen beide methoden

Methode 1: Op basis van m² (ISSO) Methode 2: Op basis van Gasverbruik
Het beste geschikt voor Nieuwbouw, verbouwingen en net aangekochte woningen. Bestaande bouw waar het historische verbruik van bekend is.
Voordelen Onafhankelijk van stookgedrag: Berekent de exacte fysische behoefte van het gebouw.

Nauwkeurig bij extreme kou: Berekent het piekmoment op -8 °C.
Eenvoudig en snel: Direct uit te rekenen met de jaarnota van de energieleverancier.

Inclusief leefpatroon: Berekent de werkelijke warmtevraag.
Nadelen Invoergevoelig: Vraagt kennis van isolatiewaardes en oppervlaktes van de schil. Gevoelig voor zachte winters: Een milde winter geeft een te lage inschatting.

Misleidend bij afwijkend gedrag: Zodra er veel bijgestookt is met een houtkachel of airco.

Hier is een aansluitende sectie over hybride warmtepompen die u direct in het artikel kunt opnemen. Het sluit naadloos aan op de schrijfstijl en de opbouw van de rest van uw pagina.

Hybride warmtepomp: Bewust kleiner dimensioneren

Bij een All-Electric warmtepomp moet het vermogen nauwkeurig berekend worden om het gehele huis ook tijdens de koudste winterdagen (ontwerptemperatuur -8 °C) én de warmtapwatervoorziening zelfstandig te dekken. Bij een hybride warmtepomp werkt dit anders en mag u bewust voor een aanzienlijk kleiner vermogen kiezen.

Hybride warmtepomp op een dak met grauwe hemel op achtergrond

Een hybride warmtepomp

Hoe werkt de vermogensverdeling bij hybride?

Bij een hybride systeem werken de warmtepomp en uw bestaande (of nieuwe) hr-ketel samen als een team:

  • Milde tot normale winterdagen (+2 °C tot +15 °C): De warmtepomp draait solo op een zeer hoog rendement en dekt zo’n 80% tot 90% van het totale jaarlijkse verwarmingsseizoen.
  • Extreme koudedagen (onder 0 °C à -2 °C): Zodra het buiten écht hard vriest en de rendementsefficiëntie van de warmtepomp daalt, springt de cv-ketel automatisch bij óf neemt het stoken volledig over (het omslagpunt of bivalentiepunt).
  • Warm tapwater (douchen/bad): De cv-ketel verzorgt razendsnel het warme tapwater. U heeft dus geen grote boilers of extra tapwatermarge op het warmtepompvermogen nodig.

Wat betekent dit voor het benodigde vermogen?

Omdat de cv-ketel de pieklasten bij vrieskou en het warme kraanwater opvangt, dimensioneert u een hybride warmtepomp niet op de piekbehoefte van -8 °C, maar op circa 40% tot 60% van het totale gebouwgebonden warmteverlies.

Vuistregel voor hybride vermogen:

  • 3 kW tot 4 kW: Uitstekend geschikt voor goed geïsoleerde tussenwoningen, hoekwoningen en kleinere twee-onder-één-kapwoningen (jaarverbruik tot ca. 1.200 – 1.500 m³ gas).
  • 5 kW tot 7 kW: Geschikt voor grotere tweekappers en vrijstaande woningen met een hoger gasverbruik (jaarverbruik 1.500 – 2.500 m³ gas).

De voordelen van een 'lichtere' hybride opstelling

1. Veel lagere aanschaf- en installatiekosten: Een hybride warmtepomp van 4 kW is aanzienlijk voordeliger in aanschaf dan een All-Electric model van 8 kW of 10 kW.

2. Geen risico op pendelen: Omdat het vermogen beperkt is, kan de warmtepomp in het voor- en najaar rustig op een laag toerental blijven draaien zonder constant aan en uit te slaan.

3. Geen ingrijpende aanpassingen aan radiatoren/afgiftesysteem: De cv-ketel kan op de koudste dagen snel een hogere watertemperatuur leveren, waardoor uw bestaande radiatoren vaak niet direct vervangen hoeven te worden.

Kortom: Bij een hybride warmtepomp is "kleiner is beter" géén compromis, maar een bewuste, slimme keuze voor maximaal rendement tegen minimale investeringskosten.

Waarom overdimensioneren zonde is: De valkuil van "Veiligheid"

In de praktijk zien we dat veel huiseigenaren uit koudewatervrees kiezen voor een warmtepomp met overcapaciteit (bijvoorbeeld een 10 kW model waar 6 kW ruimschoots voldoende is). Dat is ontzettend jammer, want overdimensioneren zorgt voor een hoger aanschafbedrag, een lager rendement en een kortere levensduur doordat de pomp constant moet aan- en uitschakelen (pendelen) infoic.

Waarom is een 'krappere' berekening in de praktijk juist veel slimmer?

1. Hoe vaak vriest het nou echt -8 °C?

De officiële ISSO-norm rekent met een ontwerptemperatuur van -8 °C. In het huidige Nederlandse klimaat komt deze temperatuur gemiddeld nog maar een paar uur per jaar voor — meestal 's nachts. Zeker 95% van het stookseizoen schommelt de buitentemperatuur tussen de +2 °C en +10 °C. Een warmtepomp selecteren op die ene extreem koude nacht betekent dat de installatie de overige 360 dagen van het jaar veel te zwaar is afgesteld.

Daarnaast gaat een normberekening er van uit dat u de gehele woning (inclusief alle slaapkamers, zolder en hal) gelijktijdig tot 21 °C opwarmt. In de praktijk blijven slaapkamers vaak onverwarmd of staan ze op een lagere stand, waardoor de werkelijke warmtevraag veel lager ligt.

2. De backup heater (elektrisch element) vangt de pieken op

Vrijwel elke moderne All-Electric warmtepomp is standaard uitgerust met een geïntegreerd elektrisch bijverwarmingselement (de backup heater) van vaak 3 kW tot 6 kW.

Als het buiten een keer echt -10 °C stormt, springt dit elektrische element automatisch bij om het laatste beetje vermogen te leveren. Dat kost op dat specifieke moment iets meer stroom, maar omdat dit maar om een paar uur per jaar gaat, zijn die kosten verwaarloosbaar vergeleken met de duizenden euro's die u bespaart door een kleiner model warmtepomp aan te schaffen dat de rest van het jaar wél perfect efficiënt draait.

Conclusie

Laat u niet verleiden tot een te zware installatie. Voor een bestaande woning is een normatieve capaciteit van 45 tot 65 Watt per m² in veruit de meeste gevallen de 'sweet spot' voor een energiezuinige en duurzame installatie.

Veelgestelde vragen

Algemeen & Methodekeuze

Welke methode kan ik het beste gebruiken om het vermogen van mijn warmtepomp te berekenen?

+

Wat is het verschil tussen een officiële ISSO 51-berekening en een globale m²-benadering?

+

Berekening & Invloedsfactoren

Waarom heeft het woningtype zo'n grote invloed op de benodigde capaciteit?

+

Hoe neem ik het verbruik voor warm tapwater (douchen/koken) mee in de berekening?

+

Wat als ik mijn woning tussentijds extra ga isoleren?

+

Veelgemaakte fouten & Installatie

Waarom is het erg als een warmtepomp 'te groot' (overgedimensioneerd) is?

+

Kom ik op ijskoude dagen niet in de kou te zitten met een 'krap' berekende warmtepomp?

+

Is een capaciteit van 45 tot 65 Watt per m² altijd voldoende voor een bestaande woning?

+

Waarom kan het vermogen van een hybride warmtepomp veel kleiner zijn dan van een all-electric warmtepomp?

+